Er wordt mij gevraagd
of ik al iets nieuws heb.
Een opdracht.
Een project.
Iets wat volgt.
Ik merk dat ik dan even stilval.
Niet omdat ik het niet weet,
maar omdat het antwoord
niet past binnen de vraag.
Ik heb op dit moment niets.
En dat is niet hetzelfde
als zoekend zijn.
Wat ik nu doe,
laat zich niet vangen
in afspraken of vooruitzicht.
Het is geen tussenfase
en ook geen pauze
om daarna weer “mee te doen”.
Ik neem bewust de ruimte
om niet te vullen
wat nog geen vorm heeft.
Dat schuurt soms.
Voor de ander.
Omdat niets hebben
al snel wordt gelezen
als wachten,
of als risico.
Alsof werken alleen telt
wanneer het zichtbaar is.
Alsof rust een lege plek is
die zo snel mogelijk
moet worden opgevuld.
Voor mij is het tegenovergesteld.
Juist nu,
zonder iets nieuws vast te leggen,
wordt helder
wat klopt
en wat niet meer.
Dat is geen stilstand.
Dat is afstemming.
En misschien
is dat niet direct herkenbaar
van buitenaf.
Maar van binnen
is het verrassend helder.

