niet vaag licht lampen

Wat er met mij gebeurt als praten lastig wordt

Er zijn momenten waarop ik merk dat praten me niet helpt. Dat ik begin, maar onderweg mezelf kwijtraak. Woorden komen te snel, of juist niet op het juiste moment. Ik ga ratelen, of blijf vaag, en terwijl ik nog bezig ben, ben ik al aan het kijken naar hoe het overkomt.

Ik voel dan wat de ander mogelijk denkt, nog voordat ik zelf heb uitgesproken wat ik bedoel. En daar ga ik al op reageren. Ik pas aan, slik iets in, voeg iets toe, maak het kleiner of juist groter. Niet omdat ik het niet weet, maar omdat ik te veel tegelijk meeneem.

Achteraf voelt het dan alsof ik niet goed uit mijn woorden kwam. Alsof ik het niet helder had. Terwijl ik van binnen heel goed weet waar het over gaat. Het zit alleen niet in losse zinnen klaar om uitgesproken te worden.

In gesprekken over inhoud of vakkennis kan dat me zelfs dom laten voelen. Alsof ik iets zou moeten kunnen uitleggen, terwijl ik nog bezig ben het in mezelf te ordenen. Alsof denken pas telt wanneer het meteen scherp en af is.

Wat ik daarin steeds beter zie, is dat het probleem niet het denken is, maar het tempo van het gesprek. Mijn manier van begrijpen loopt vooruit op taal. Tegen de tijd dat ik ga praten, ben ik al drie stappen verder en tegelijk nog bezig met de eerste.

Dat maakt spreken soms rommelig. Niet omdat het leeg is, maar omdat er te veel tegelijk doorheen loopt. En omdat ik onderweg al rekening houd met de ander, nog voordat ik mezelf helemaal heb gehoord.

Het helpt mij om dat te herkennen. Niet alles hoeft meteen gezegd te worden. En niet alles hoeft helder te klinken op het moment dat het ontstaat. Sommige dingen worden pas duidelijk als ze even mogen blijven liggen, zonder dat ik ze hoef te verdedigen of glad te strijken.