Wat ik zie

Ik zie mensen die al vroeg leerden
hun waarneming te wantrouwen.

Niet omdat die onjuist was,
maar omdat er geen bedding voor was.

Ze merkten meer op dan werd gevraagd.
Zagen patronen voordat anderen ze herkenden.
Voelden spanning in gesprekken
die aan de oppervlakte “prima” leken te verlopen.

Dat werd zelden gezien als informatie.
Vaker als intensiteit.
Of als iets wat moest worden bijgestuurd.

Wat ik zie,
is dat veel van deze mensen zich hebben aangepast
zonder dat iemand het zo heeft genoemd.

Ze werden goed in:
meebewegen
afstemmen
relativeren
zichzelf begrijpelijk maken

En verloren onderweg iets essentieels:
het vertrouwen in hun eigen waarneming.

Niet omdat ze het kwijt waren,
maar omdat het nergens werd gespiegeld.

Ik zie hoe hoogbegaafdheid en gevoeligheid
vaak pas laat woorden krijgen,
en dan vooral worden uitgelegd
in termen van functioneren.

Alsof het gaat over sneller denken.
Of meer voelen.
Of beter analyseren.

Maar wat daaronder ligt,
is iets anders.

Het is een manier van informatie verwerken
die tegelijk scherp, gelaagd en relationeel is.

Wanneer dat niet wordt herkend,
ontstaat verwarring.

Mensen gaan zoeken naar wat er mis is.
Of naar wat ze moeten leren.
Of naar een vorm waarin ze eindelijk passen.

Wat ik zie,
is dat de vraag vaak niet is:
wat moet ik anders doen?

Maar:
waar mag ik mezelf weer serieus nemen
zonder mezelf te hoeven corrigeren?